fragmenten

Fragmenten

April

Als versterker van een indruk of als signaal was een geur voor April al snel te zwaar. En bovendien; hoe meer parfum, hoe meer je lijf zich gaat gedragen naar wat het onderhuids begrijpt: Niet, dat een vol parfum niet lekker kan zijn, of een goed parfum niet algauw te sterk. Maar dat een lichaamsgeur zich nou eenmaal nooit zomaar zal laten camoufleren. Met vleugen opwinding of angst lijkt het lichaam hoogstpersoonlijk te gaan ijveren voor de erkenning van zichzelf. Met hoe meer parfum, hoe meer de drager het juist onthult: dat er iets valt te maskeren.
   Misschien, dacht April, blijft je eigen geur de beste afbakening van je terrein, helemaal los van of dit klein of groot zou zijn. Het punt waarop je precies de ruimte opvult die je past, ligt wellicht daar waar je jezelf nog nét niet kunt ruiken. …Voor April was het een gegeven; niets wat zij zomaar had bedacht. Maar wel iets waardoor zij, door het uit te spreken, op staande voet ontslagen was.  

  (…)

June

Lijstjes zijn een belangrijke manier om lijn aan te brengen in de dingen en, niet in de laatste plaats, om die aan het einde van de dag  zorgvuldig tot morgen te kunnen parkeren. (Overigens net zo zorgvuldig als dat hij, zoals de laatste tijd, zijn overhemden liever zelf weer strijkt.)   
   …Maakte June dan ook een lijstje voor zijn ideale vrouw? 
   Nee, ‘dat doe je niet, of zo.’
Kijk aan, June’s argument leek simpelweg in fatsoen te liggen. Een checklist voor de ideale partner, dat moest je maar niet doen. Daarbij, vervolgde hij, liet hij dit liever open, en waarom?      
 Het was, zei June, om het de liefde zo makkelijk mogelijk te maken om in te komen vliegen, in welke vorm dan ook. Al was het probleem daarvan dan weer, zei hij -in alle ernst- geen flauw idee te hebben ‘of ik, als ik haar dan tegenkom, haar wel als zodanig herken.’ 

(…)